GGD: voldoende argumenten voor toepassen voorzorgsbeginsel

Volgens GGD IJsselland zijn er voldoende argumenten om bij de beoordeling van de uitbreidingsplannen van pluimveehouder Van der Weerd aan de Erveweg het voorzorgsbeginsel toe te passen. De gemeente kan de vergunning weigeren of aanvullende eisen stellen.

Met aanvullende eisen kan voorkomen worden dat het bedrijf meer stof, ammoniak en geur uitstoot dan nu het geval is. Zoals bekend zou de uitstoot met de nieuwe vergunning voor 50% meer dieren aanzienlijk toenemen.

De GGD heeft op verzoek van het college van B&W op 10 juli 2017 een aanvullend advies uitgebracht. Het advies is op verzoek van omwonenden openbaar gemaakt. Het gaat zeer uitgebreid in op de vraag of omwonenden een gezondheidsrisico lopen. Volgens de GGD is dat risico zeker aanwezig.

”Met name de bevinding van een verhoogd risico op longontsteking van 11% door een individueel bedrijf bij omwonenden van pluimveebedrijven is in wetenschappelijke zin relevant en evident, hoewel het oorzakelijk verband niet volledig vaststaat. Wel laten meerdere onderzoeken dezelfde verbanden zien”, aldus de GGD. De GGD stelt dat dit statistisch verband geldt voor alle pluimveebedrijven in Nederland en daarom ook voor de onderhavige vergunningaanvraag In Welsum.
GGD Advies 10-07-2017

Volgens Infomil (de website van de overheid met uitleg over de wet- en regelgeving) is het ter bescherming tegen endotoxinen mogelijk om het voorzorgbeginsel toe te passen. Voor endotoxinen – resten van bacteriën in stof uit pluimveehouderijen – gelden nog geen normen. ”Het bevoegd gezag kan via voorzorg voor endotoxinen maatwerkvoorschriften stellen of voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning milieu. Leiden voorschriften onvoldoende tot het voorkómen of beperken van de risico’s door endotoxinen? Dan lijkt weigeren van de omgevingsvergunning milieu juridisch gezien weliswaar mogelijk. Maar er moeten zeer zwaarwegende redenen zijn om hiertoe over te gaan, gezien de gevolgen van weigering voor de aanvrager en de onzekerheid van de risico’s. Uiteindelijk is het oordeel van de rechter bepalend”, aldus Infomil.

Stal ontruimd aan Erveweg 10

In de nacht van 25 op 26 januari zijn de kippen verwijderd uit een van de stallen aan de Erveweg 10. Het gaat om de stal waarvoor een vergunning is aangevraagd voor nieuwbouw. Deze nieuwbouw is onderdeel van de uitbreidingsplannen van het pluimveebedrijf van Van der Weerd.

Het is opmerkelijk dat de kippen zijn verwijderd, terwijl de vergunning nog niet rond is. De kippen waren nog lang niet aan vervanging toe. Ze zaten ruim elf maanden in de stal. Een normale legronde duurt zo’n achttien maanden.

Van der Weerd wil op de plaats van de stal die hij nu ontruimd heeft, een veel grotere stal neerzetten. Deze stal moet plaats bieden aan twee keer zoveel kippen (geen 10.000 maar 20.000). In totaal wil hij aan de Erveweg 10 ruim 60.000 kippen gaan houden. De ontruimde stal wordt verbreed (van 15 naar 25 meter) en verhoogd (van 4 naar 7,35 meter).

De gemeente Olst Wijhe komt volgende week met een persbericht over de stand van zaken wat betreft de vergunningverlening. Het valt niet te verwachten dat er dan al duidelijkheid komt over de vraag of en wanneer de vergunning voor ruim 60.000 leghennen definitief wordt verleend. Door deze uitbreiding zou er in Welsum een bedrijf ontstaan met 100.000 leghennen (locatie Erveweg en Zijlweg bij elkaar opgeteld).
Het is nu ruim een jaar geleden dat inwoners van Welsum een zienswijze konden indienen op de zogeheten ontwerpbeschikking van 24 november 2016.

Vergunningaanvraag Erveweg 10 begint te stinken

De vergunningaanvraag en de ontwerpbeschikking voor uitbreiding van het pluimveebedrijf aan Erveweg 10 beginnen behoorlijk te stinken. Dat krijg je ervan als stukken te lang blijven liggen. Dan komt de geur van bederf te hangen rond uitgevoerde berekeningen.

De Regionale Uitvoerings Dienst IJsselland (RUD) die voor de gemeente Olst Wijhe de aanvraag beoordeelt, heeft kennelijk niet in de gaten dat het dossier inmiddels helemaal onder de schimmel zit. In het advies over de MER-beoordeling dat vlak voor de kerst door de RUD is afgeleverd, worden verouderde, achterhaalde gegevens gebruikt.
In de MER-beoordeling staat dat er geen Milieu Effect Rapportage (MER) nodig is. Dit zou gebaseerd moeten zijn op recent uitgevoerde berekeningen volgens de huidige wet- en regelgeving. De RUD heeft echter verzuimd nieuwe berekeningswijzen toe te passen die sinds mei 2017 in een handleiding zijn vastgelegd.
Het college van B&W heeft het advies inmiddels overgenomen en pluimveehouder Van der Weerd daarvan op de hoogte gebracht. Daardoor kan het college met goed fatsoen niet meer terug en zit het met een belangrijk, maar onbruikbaar document in z’n maag.

Nieuwe regels, nieuwe feiten
De aanvraag en het ontwerpbesluit zijn niet alleen ingehaald door nieuwe regels, maar ook door nieuwe feiten. Zo blijkt het akoestisch onderzoek bij de aanvraag al even beschimmeld als andere stukken. In dat onderzoek staat dat het geluid van ventilatoren en andere bronnen ruim onder de norm blijft. Na december 2016 – het moment waarop het college van B&W de aanvraag in beginsel heeft goedgekeurd – is echter voor de zoveelste keer een overschrijding van de geluidsnormen vastgesteld. Hoewel pluimveehouder Van der Weerd na veel vijven en zessen maatregelen heeft getroffen, is het de vraag of die werkelijk afdoende zijn. Daarom houdt de gemeente de dwangsom voor geluidsoverlast in stand. Met een dreigende overschrijding van de normen in de huidige situatie, kan het akoestisch onderzoek (50% meer dieren, twee extra geluidsbronnen) moeilijk stand houden.

Nader onderzoek naar stalemissies, nieuwe technieken die emissies terugdringen, een advies van de Gezondheidsraad over het risico op longontsteking door pluimveehouderijen – elke maand verschijnt er wel een rapport waaruit blijkt dat aanvraag en ontwerpbeschikking zo verouderd zijn dat zij maar het beste met het oud papier mee kunnen. Dan hebben sport- en zangverenigingen in Olst Wijhe er tenminste nog iets aan. En kan de pluimveehouder aan de slag met een nieuwe aanvraag. Dit keer graag voor een bedrijf waar heel Welsum trots op kan zijn. Er zijn inmiddels genoeg voorbeelden van pluimveebedrijven die laten zien dat het anders kan.

Het kan anders in 2018

Misschien wordt 2018 wel het jaar van een grote verandering in de veehouderij. Dat het anders kan, bewijst Boer Bart uit Rotstergaast. Deze melkveehouder houdt ook leghennen en vleeskuikens. Daarnaast heeft hij – om de kringloop helemaal te sluiten – een paar varkens.
Boer Bart behoort tot de categorie ”nieuwe boeren”. Agrariërs die het over een andere boeg gooien. Zijn verhaal – te vinden op www.boerbart.nl – is inspirerend en kan andere boeren helpen om een streep te zetten onder de huidige manier van produceren, van steeds groter en steeds meer.
Lees Boer Bart en word warm van binnen op deze kille, eerste dag van het nieuwe jaar.