Nieuw onderzoek bevestigt schadelijk effect pluimveehouderijen

Nieuw onderzoek bevestigt dat omwonenden van pluimveehouderijen een verhoogd risico hebben op een longontsteking. Eerder was dit al vastgesteld, maar een nadere analyse van de onderzoeksgegevens toont dit nog eens aan.

In het meest recente rapport van het Rijks Instituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) staat dat zich in het gebied rond pluimveehouderijen 7,2% meer longontstekingen voordoen. ”Er zijn sterke aanwijzingen dat fijnstof en componenten ervan mensen gevoeliger maken voor luchtweginfecties. Specifieke ziekteverwekkers afkomstig van dieren kunnen echter niet worden uitgesloten”, aldus het rapport.

Endotoxinen
Uit luchtmetingen in de woonomgeving blijkt dat de concentratie van zogeheten endotoxinen (resten van bacteriën) in de lucht toeneemt, naarmate de afstand tot een veehouderij kleiner wordt of het aantal veehouderijen in een gebied (de dichtheid) groter wordt. ”Endotoxine was in de meeste gevallen goed te meten en liet een duidelijk afstandspatroon zien: een lage concentratie bovenwinds, sterk verhoogde concentraties in de stallen en een afname met de afstand benedenwinds. De hoogste concentraties werden benedenwinds van de leghennenstallen gemeten. Op afstanden tot 100 meter waren de concentraties meestal nog steeds hoger dan die op de bovenwindse locatie.”

Levende en dode bacteriën
Er is ook nader onderzoek gedaan naar de aanwezigheid van levende en dode bacteriën in de omgeving van onder andere pluimveehouderijen. Daaruit blijkt dat bij pluimveehouderijen na 200 meter nog een duidelijk hogere concentratie waarneembaar is, zowel voor E. coli als voor Staphylococcus spp. Daarnaast zijn ook verschillende buitenluchtmonsters getest op de aanwezigheid van Campylobacter coli en Campylobacter jejuni. Nabij pluimveehouderijen werd DNA van deze ziekteverwekkers waargenomen.

Geitenhouderijen
Ook rond geitenbedrijven is een verhoogd risico op longontsteking. Hiernaar wordt nog nader onderzoek gedaan.  Het rapport is volgens staatssecretaris Van Dam een ”zorgelijk signaal”, zo laat hij de Tweede Kamer weten. Het is van belang, aldus Van Dam, dat gemeenten en provincies hiermee rekening houden bij besluiten over bestemmingsplannen en vergunningen.

Zie verder het rapport van het RIVM
veehouderij-en-gezondheid-omwonenden-aanvullende-studies

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

No spam *